Seahorse fabriek

Paradepaardje van Stork

Seahorse fabriek

De ‘Seahorse fabriek’ die op het terrein tussen de Deldenerstraat en de Geerdinksweg stond, heeft een lange voorgeschiedenis. Niemand minder dan Charles Theodorus Stork richtte namelijk al in 1852 een fabriek op die de basis zou leggen voor de industrialisatie van Hengelo. Tien jaar na oprichting op 19 mei 1862, enkele jaren voor de oprichting van de vermaarde Machinefabriek Gebroeders Stork & Co., verkreeg het bedrijf na een bezoek van koning Willem III het predicaat koninklijk. Daarop werd de bedrijfsnaam C.T. Stork & Co. in 1895 gewijzigd in Koninklijke Weefgoederenfabriek (KWF). De KWF maakte jarenlang bad- en huishoudtextiel onder de merknamen ‘Dutchart en ‘Seahorse’ (al in 1934 geregistreerd) en bouwde daar grote naamsbekendheid mee op.

De geschiedenis van Seahorse

Later was onder invloed van de textielcrisis in de jaren zestig en zeventig ook de KWF in zwaar weer terecht gekomen. Vernieuwing van het productieapparaat was eigenlijk nodig, maar werd niet meer doorgevoerd. Na 120 jaar weven viel tenslotte het textieldoek in 1972. Wat rest zijn de sheddaken van de fabriek, een ontwerp van architect Lelyveld van het Enschedese kantoor Beltman, die tegenwoordig worden beschouwd als monumentale wederopbouwarchitectuur. De markante sheddaken worden dan ook ingevoegd in de nieuwe bestemming van het Seahorse-terrein: woningbouw.

Delen: Ik heb belangstelling